Lieve kinderen, Maria Onbevlekt Gevonden, Moeder van alle Volken, Moeder van God, Moeder van de Kerk, Koningin van de Engelen, Hulp van Zondaars en Barmhartige Moeder van alle kinderen op aarde — zie, kinderen, zij komt vanavond opnieuw naar jullie om jullie lief te hebben en te zegenen.
Mijn kleintjes, Mijn kinderen, Ik zeg jullie nogmaals: ‘DE ZIEL IS KONINGIN! LUISTER NAAR DE ZIEL, LAAT HAAR ZEGEVIEREN, ONDERDRUK HAAR NIET. ZIJ IS JE GROOTSTE BONDGENOOT, ZIJ IS VERVULD VAN GOD, ZIJ IS GOD ZELF!’
Ach, Mijn kinderen, als jullie maar zouden terugkeren, zoals jullie dat eens deden, om een moment van stilte te nemen — het is in die momenten dat de ziel zich uitdrukt, dat God Zichzelf op de zoetste en meest overtuigende wijze uitdrukt.
Kom op, Mijn kinderen, waar wachten jullie op? Waarlijk zeg Ik jullie dat als jullie dit doen, jullie er niet meer zonder kunnen, want je zult een vrede voelen die je zal vervullen, en de volgende dag zal die vrede je omhullen; je zult glimlachen, met ontspannen gezichten en zachte blikken; je zult mooi zijn — en weten jullie waarom? Omdat je de ziel — God Zelf — hebt toegestaan Zichzelf uit te drukken zoals Hij dat wenst.
Kom op, kinderen, de tijd vraagt erom — zien jullie niet hoe goddeloos deze tijden zijn? Zien jullie niet hoeveel conflicten, hoeveel onrust er is?
Keer je niet van elkaar af; door je af te keren kom je nergens. Jullie moeten je verenigen want, in moeilijke tijden zal eenheid jullie helpen in jullie lijden; anders zulten jullie wegzinken in de allermoost diepste eenzaamheid.
Luister naar deze Moeder die van jullie houdt; jaag niet altijd achter ijdelheden aan — dat dient geen enkel doel. Cultiveer de liefde voor God; maak ruimte in jullie harten voor jullie Heer Jezus Christus zodat Hij de eerste plaats mag innemen. Ontvang Hem zoals Hij het verdient, en dan zullen jullie alles begrijpen wat Ik jullie verteld heb.
Schiet op — wacht niet langer!
Ik weet dat ik mezelf herhaal, maar dit is wat een moeder moet doen zodat haar kinderen het kunnen begrijpen!
LOF ZIJ AAN DE VADER, DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST
Ik geef je Mijn Heilige Zegen en dank je dat je naar Mij luistert.
BID, BID, BID!
JEZUS VERSCHEEN EN ZEI
Zuster, het is Jezus die tegen je spreekt: IK ZEGEN JE IN MIJN DRIE-EENHEID, DIE DE VADER, IK DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST IS! AMEN.
Moge Hij neerdalen, omhullend, lichtgevend, levensgevend en heiligend, over alle volkeren van de aarde, zodat zij kunnen begrijpen dat het niet prettig zal zijn om ver van Mij te blijven.
Kinderen, Degene die tegen jullie spreekt is jullie alles — ja, Ik ben het, Jezus Christus!
Kijk, jullie kunnen niet ver van Mij blijven want we zijn één; tussen Mij en jullie is er een geven en nemen. Vaak ben Ik degene die meer geeft dan jullie, maar dat maakt Mij niet wrokig; Ik blijf jullie geven, zoals Ik dat altijd heb gedaan, al Mijn liefde die uit Mijn Heiligste Hart stroomt als een oneindige bron.
Kom op, Mijn kinderen, kom, kom en drink uit deze bron; jullie weten het niet, maar Mijn bron is goed — hij is vol liefde!
Kom op, Ik wacht op jullie, en als jullie komen, zal Ik jullie niet kwalijk nemen dat jullie lange tijd niet zijn gekomen; integendeel, Ik zal jullie verwelkomen met al Mijn liefde, alsof jullie elke dag naar Mij waren gekomen.
Wat zeggen jullie — ben Ik een goed mens? Natuurlijk ben Ik dat; Ik ben de Zoon van God, jullie broeder, Degene die alleen maar liefde voor jullie wenst. Toch brengen jullie Mij oneindig verdriet — en weten jullie waarom? Omdat Ik zie dat jullie niet in staat zijn om elkaar als broeders en zusters lief te hebben. Maar geloof Me, het zou niet zo moeten zijn, want jullie zijn kinderen van dezelfde Vader; voor de Vader zijn jullie stukjes van Zijn hart — houd dit stevig in gedachten.
Mijn liefde voor jou heeft geen einde; wees met Mij tot aan het einde der tijden!
IK ZEGEN JULLIE IN MIJN DRIE-EENHEID, DIE DE VADER IS, IK DE ZOON, EN DE HEILIGE GEEST! AMEN.
ONZE LIEVE VROUW WAS GEHEEL IN HET BLAUW GEKLEED, OP HAAR HOOFD DROEG ZIJ EEN KROON VAN TWAALF STERREN; IN HAAR RECHTERHAND HIELD ZIJ EEN GOUDEN SCEPTER DIE LICHTEN VAN VERSCHILLENDE KLEUREN UITSTRAALDE, EN ONDER HAAR VOETEN WAS EEN PAD DAT WERD VERLICHT DOOR EEN HEMELS LICHT, GEFLANKEERD DOOR VELDEN MET KLEURRIJKE BLOEMEN.
JEZUS VERSCHEEN IN HET GEWAAD VAN DE BARMHARTIGE JEZUS; ZODRA HIJ VERSCHEEN, LIET HIJ ONS HET ONZE VADER BIDDEN; OP ZIJN HOOFD DROEG HIJ DE TIARA; IN ZIJN RECHTERHAND HIELD HIJ DE KETTING, EN AAN ZIJN VOETEN WAS DE BOOG VAN DE GODDELIJKE WIL, VERSIERD MET WITTE BLOEMEN; SOMMIGE KINDEREN GINGEN ERDOORHEEN, TERWIJL ANDEREN AARZELDEN.
ER WAREN ENGELEN, AARTSENGELEN EN HEILIGEN AANWEZIG.